guidedesespeces.org/nl/het-europees-visserijbeleid
  • Nederlands
  • English
  • Français

Laatst bijgewerkt: december 2016

 

In 1982 zag het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) het daglicht en sindsdien wordt deze elke tien jaar herzien. In 2002 was de doelstelling van het toenmalige nieuwe GVB om “een duurzame ontwikkeling van de visserij te verkrijgen, zowel vanuit een ecologisch, als een economisch en sociaal oogpunt”. In 2012 realiseerde men dat deze hervorming zijn doelstellingen niet had bereikt: driekwart van de Europese visbestanden bleek ondertussen overbevist (82 % van de bestanden in de Middellandse Zee, 63 % van de bestanden in de Atlantische Oceaan en in de Baltische Zee waren slechts voor 4 stocks op 6 wetenschappelijke gegevens beschikbaar).

 

Het groenboek: een falend beleid toegegeven

In april 2009 publiceerde de Europese Commissie haar ‘groenboek’ waarin de mislukkingen van het GVB 2002 werden geanalyseerd en lanceerde ze tegelijkertijd een brede openbare raadpleging met het oog op een hervorming in 2011. Het groenboek beschrijft een situatie “(...) van overexploitatie van de stocks, overcapaciteit van de vissersvloten, zware subsidies, lage economische veerkracht en verlaagde hoeveelheid vis gevangen door de Europese vissers. Het GVB werkt – zoals het momenteel is opgesteld – niet goed genoeg om deze problemen te voorkomen (...). Er zijn te veel vaartuigen voor te weinig vis en een groot aandeel van segmenten van de Europese vloot zijn niet langer economisch levensvatbaar.”

 

De grote thema’s uit het initiële voorstel door de Europese Commissie

Het Europese visserijbeleid uit 2002 werd bekritiseerd voor haar inefficiëntie om de overbevissing in te dammen en de natuurlijke hulpbronnen te behouden. Alle actoren uit de visketen (vissers, milieuorganisaties, politici en wetenschappers) uit alle lidstaten waren het eens over de nood om het GVB te hervormen.

 

De Europese Commissie stelde voor om het gemeenschappelijke beleid grondig te hervormen rond de volgende vijf pijlers:

• De teruggooi verbieden.
• De Totale Toegestane Vangsten (TTV) zo instellen dat een Maximale Duurzame Opbrengst (MDO) verkregen wordt, wat overeenkomt met de maximale hoeveelheid vis die men kan oogsten zonder de duurzaam voortbestaan van de visstock in gevaar te brengen.
• Het invoeren van Individuele Overdraagbare Quota (ITQ); t.t.z. quota die kunnen overgedragen worden aan andere visserijbedrijven (geruild, verkocht of verhuurd).
• Het decentraliseren van het gemeenschappelijk visserijbeleid.
• De hervorming van het financieringsinstrument (Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij – EFMZV) die de uitvoering van het nieuwe gemeenschappelijk visserijbeleid moet ondersteunen.

Maar de economische, politieke, sociale en ecologische uitdagingen waren enorm en het debat over de voorgestelde hervorming in 2011 liep hoog op.

 

Een nieuw visserijbeleid sinds 1 januari 2014

Het nieuwe visserijbeleid dat eind 2013 werd aangenomen door de Europese Raad en het Europees Parlement, trad in werking op 1 januari 2014. Het streeft ernaar de visbestanden op een duurzaam niveau terug te brengen, een einde te maken aan verspillende visserijtechnieken en nieuwe kansen te creëren voor groei en werkgelegenheid in de kustgebieden. Om dit te bereiken, richt het zich op de volgende doelstellingen: verbieden van teruggooi, toekennen van verhoogde autonomie aan de sector, decentralisatie van de besluitvorming, meer belang hechten aan aquacultuur, ondersteunen van de ambachtelijke visserij, verbeteren van de wetenschappelijke kennis over de toestand van de visbestanden en optreden in wateren van niet-EU landen, op grond van internationale overeenkomsten.

 


TE ONTHOUDEN

Beschermingsmaatregelen

Om de duurzaamheid van de visserijactiviteiten binnen de wateren van de Europese Unie te verbeteren en een specifieke visstock of groep van visstocks te beschermen, heeft de Europese Unie verschillende beschermingsmaatregelen genomen. Het gaat meer bepaald over:

• het instellen van een Totale Toegestane Vangst (TTV), die een limiet zet op de maximale hoeveelheid vis die kan gevangen  worden uit een specifiek bestand binnen een bepaalde periode;
• het opleggen van technische maatregelen, zoals de maaswijdte van netten, de selectiviteit van vistuigen, het sluiten van viszones, het instellen van een minimale nstandhoudingsreferentiegrootte en een beperking op de bijvangst;
• het inperken van de visserijinspanning door het beperken van het aantal dagen dat vaartuigen actief mogen vissen op zee;
• het vastleggen van het aantal en type vissersvaartuigen dat mag opereren;
• een verbod op de teruggooi, binnen het kader van het nieuwe visserijbeleid dat in voege is sinds 1 januari 2014.

 


 

Belangrijkste beslissingen

• Het afschaffen van teruggooi

De praktijk van het teruggooien houdt in dat vissers een deel van hun vangst (levend of dood) terug in zee gooien, deels omdat de vis te klein is, omdat ze er geen quota (meer) voor hebben of omdat er geen interesse voor is op de markt. Het nieuwe visserijbeleid legt sinds januari 2015 een aanlandingsplicht op, om deze verspilling tegen te gaan. Het doel van deze nieuwe maatregel is om de selectiviteit van de vistuigen te verbeteren, maar ook om betere gegevens te verkrijgen van de effectieve vangsten. Omdat vissers zich zouden kunnen aanpassen, wordt tussen 2015 en 2019 een geleidelijke invoering voorzien, visserij per visserij, voor alle commerciële soorten onderhevig aan vangstbeperkingen of aan een commerciële. In het kader van de verplichting moeten alle vangsten aan boord worden gehouden, aangeland en van de quota worden afgetrokken. Vis die kleiner is dan de instandhoudingsreferentiegrootte, mag niet worden gecommercialiseerd voor menselijke consumptie. De uitvoeringsmodaliteiten worden ingesloten in de meerjarenplannen of, in het geval deze ontbreken, in specifieke teruggooiplannen. Er zal een afwijking van 5 tot 7 % worden toegestaan. Het voorstel over de teruggooi heeft geleid tot hevige reacties. Overheden en professionals gaven aan dat er verschillende technische moeilijkheden moeten overbrugd worden en dat het heel wat kosten met zich mee zal brengen. Het zijn de lidstaten zelf die erop moeten toezien dat hun vloot het  teruggooiverbod respecteert, maar tot 2017 zal nog geen enkele sanctie worden opgelegd.

 

In het kader van het nieuwe Europese Gemeenschappelijke Visserijbeleid wordt de teruggooi van (dode) ondermaatse vis geleidelijk niet meer toegestaan voor commerciële soorten die onder quota staan en voor soorten waarvoor tot nog toe minimumaanlandingsmaten golden. Veel te klein om te worden gecommercialiseerd, wordt deze vis getransformeerd tot nevenproducten: vismeel en -olie als voer voor viskweek en veeteelt, meststof, etc.


• Nieuwe methode om TTV en quota in te stellen

De meeste lidstaten onderschreven de doelstelling om de Maximale Duurzame Opbrengst (MDO) te bereiken, maar de voorgestelde termijn werd uitgebreid tot het jaar 2020. De gestemde tekst verbiedt het instellen van niet-duurzame quota en verzekert daarmee dat tussen nu en 2020 alle Europese mariene stocks worden beheerd volgens het MDO-principe en dat daarna ook blijven.

 

• Verdeling van overdraagbare visrechten

 

Uit angst dat het systeem – met in geld uitgedrukte, overdraagbare individuele rechten – zal leiden tot een concentratie en industrialisatie van de visserij met risico op speculatie en buitensporige concentratie van quota, werd het volgende beslist: “het is aan elke lidstaat om een beleid te definiëren rond de doelstellingen en modaliteiten van de individuele visrechten”.

 

• Regionalisering
Het GVB gaat een aantal instrumenten en maatregelen regionaliseren, zoals meerjarenplannen, teruggooiplannen, het vastleggen van gebieden die het herstel van de visbestanden bevorderen en maatregelen die nodig zijn om te voldoen aan verplichtingen rond de EU-milieuwetgeving. Deze decentralisatie werd gevraagd door een grote meerderheid van de vissers en is ondersteund geworden door een groot aantal NGO’s.

 

 

• Een nieuw visserijfonds

Het nieuwe visserijbeleid steunt op een financieringsinstrument om het tot uitvoering te brengen, nl. het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV). Dit fonds was het onderwerp van een politiek akkoord, dat werd gesloten tussen het Europees Parlement en de Raad voor de periode 2014-2020. De financiële enveloppe wordt verdeeld tussen die lidstaten die in de loop van 2015 een operationeel plan voorleggen. De EFMZV beoogt bij te dragen aan het herstel van de mariene stocks, het verminderen van de gevolgen van de visserij op het mariene milieu en geleidelijk aan de schadelijke praktijken van teruggooi te elimineren. Het fonds wil tevens bijdragen aan de ambachtelijke en lokale visserij, en jonge vissers ondersteunen. Het wil ook de innovatie bevorderen, gemeenschappen helpen om hun economie te diversifiëren, om banenscheppende projecten te financieren en de levenskwaliteit langs de Europese kusten te verbeteren. Ten slotte wil het EFMZV binnen het kader van de ‘blauwe groei’ de ontwikkeling van de Europese aquacultuur ondersteunen.

 

Voor meer informatie: http://ec.europa.eu/fisheries/cfp/index_nl.htm